Hoe was de winter van '63 bij u?
De winter van '63
Verteld door Wim, 79
We woonden toen nog aan de Kerkstraat, in een huis dat mijn vader zelf had opgeknapt. Vier kamers, een gang die altijd tochtte, en achter het huis een sloot.
In die winter vroor het zo hard dat de sloot dichtlag tot ver in maart. Niet zo'n laagje waar je doorheen zakt; echt dicht, je kon er een fiets overheen rijden. Ik was zestien.
Mijn vader ging elke ochtend om zes uur naar buiten om een gat te hakken bij de waterpomp. Anders had je niks. Het duurde een kwartier en hij deed het in zijn jas over zijn pyjama, elke dag opnieuw, en ik geloof niet dat hij er ooit iets over gezegd heeft.
Wat ik me het beste herinner is het geluid. Als je 's avonds buiten stond hoorde je het ijs kraken, heel diep, alsof er iets onder zat. Mijn moeder vond dat eng. Ik ging er juist voor naar buiten staan.
We hebben die winter drie weken niet naar school gekund. Ik dacht dat het geweldig was. Mijn vader dacht daar anders over, want de zaak lag ook stil, en ik begrijp nu pas wat dat betekend moet hebben.
Toen het eindelijk dooide, zakte er een schuurtje van de buren scheef weg in de grond. Het heeft daar nog jaren zo gestaan.
Dit verhaal komt uit een boek dat met Weekverhaal is gemaakt en is met toestemming van de verteller geplaatst.